Verleden

In 1811 wordt de Onderlinge ‘Achlum van 1811’ opgericht door Ulbe Piers Draisma.
Dit is de eerste loot aan de stam van de Achmea-boom. Deze coöperatie staat voor 75% garant voor de schade die geleden wordt door een lid als er brand uitbreekt. Hiervoor betaalden de leden een omslag (premie) over 75% van de getaxeerde waarde van hun bezittingen. Er was dus sprake van een eigen risico. Dit om misbruik in de zin van onderverzekering te voorkomen. En het stimuleerde het nemen van preventieve maatregelen.

Daarna komen er al snel meerdere coöperatieve onderlinge maatschappijen. Twee jaar later, op 21 augustus 1813, kwam de vuurproef. Letterlijk. Door een blikseminslag brandde de boerderij van het lid Ids Jacobs Haima te Menaldum, helemaal af. De schade, zevenentwintighonderd en tweeënzeventig gulden en tien stuivers (fl. 2.772,50), werd door alle andere deelnemers volgens het reglement keurig betaald. Haima ging niet over de kop zoals dat vroeger wel gebeurde. Het systeem werkte dus!